|
|
Type gen
|
Bloedgroep
|
|
AA
|
A
|
|
Ab
|
A
|
|
bb
|
b
|
|
|
|
Bloedgroepen A en B (type gen
in hoofdletter is dominant, type gen in kleine letter is
recessief).
Katten krijgen van beide
ouders een gen voor de bloedgroep mee waarbij A dominant is
over B. Een kat kan drager zijn van het A- en b-gen maar
heeft dan toch bloedgroep A.
Uit een paring waarbij zowel kater als poes type gen AA
(bloedgroep A) hebben, zullen altijd kittens met bloedgroep A
(type gen AA) komen en uit een paring waarbij zowel kater als
poes type gen bb (bloedgroep B) hebben, zullen altijd kittens
komen met bloedgroep B (type gen bb). Deze kittens zullen
nooit FNI ontwikkelen. Zie de volgende schema's:
|
De genen
van de
kater
|
De
genen van de poes |
| A |
A |
|
A
|
AA |
AA |
|
A
|
AA |
AA |
Alle kittens hebben
bloedgroep A (type gen AA) en zullen geen FNI ontwikkelen.
|
De genen
van de
kater
|
De
genen van de poes |
| b |
b |
|
b
|
bb |
bb |
|
b
|
bb |
bb |
Alle kittens hebben
bloedgroep B (type gen bb) en zullen geen FNI ontwikkelen.
|
De genen
van de
kater
|
De genen van
de poes
|
|
A
|
A
|
|
A
|
AA
|
AA
|
|
b
|
Ab
|
Ab
|
|
|
|
De genen
van de
kater
|
De genen van
de poes
|
|
A
|
b
|
|
A
|
AA
|
Ab
|
|
A
|
AA
|
Ab
|
|
Alle kittens hebben
bloedgroep A , 50% is drager van het b-gen. Deze kittens
zullen geen FNI ontwikkelen.
|
De genen
van de
kater
|
De genen van
de poes
|
|
A
|
b
|
|
A
|
AA
|
Ab
|
|
b
|
Ab
|
bb
|
|
Van deze kittens heeft 75%
bloedgroep A en 25% bloedgroep B. Een poes met bloedgroep A en
drager van b heeft minder antistof tegen bloedgroep B dan
poezen met bloedgroep B antistoffen hebben tegen bloedgroep A.
Daarom hebben de kittens met bloedgroep B een redelijke kans
om te overleven.
Zou moederpoes nogmaals paren met kater met type gen Ab, dan
bouwt ze meer antistoffen tegen het b-gen op en zouden kittens
uit een volgend nest minder kans hebben om te overleven.
|
De genen
van de
kater
|
De genen van de poes
|
|
A
|
A
|
|
b
|
Ab
|
Ab
|
|
b
|
Ab
|
Ab
|
Alle kittens hebben
bloedgroep A (type gen Ab). Omdat ook moeder bloedgroep A
heeft, zullen de kittens geen FNI ontwikkelen.
|
De genen
van de
kater
|
De genen van de poes
|
|
b
|
b
|
|
A
|
Ab
|
Ab
|
|
A
|
Ab
|
Ab
|
Alle kittens hebben
bloedgroep A (type gen Ab) en moeder met bloedgroep B zal haar
antistoffen tegen bloedgroep A aan haar kittens geven. Deze
kittens hebben een grote kans om FNI te ontwikkelen.
|
De genen
van de
kater
|
De genen van
de poes
|
|
b
|
b
|
|
A
|
Ab
|
Ab
|
|
b
|
bb
|
bb
|
|
|
|
De genen
van de
kater
|
De genen van
de poes
|
|
A
|
b
|
|
b
|
Ab
|
bb
|
|
b
|
Ab
|
bb
|
|
In deze nestjes heeft 50%
bloedgroep A en 50% bloedgroep B. De kittens met bloedgroep A
van het linker voorbeeld hebben een groter kans op FNI dan de
kittens uit het rechter voorbeeld omdat moederpoes met
bloedgroep B meer antistoffen heeft tegen A dan moederpoes met
bloedgroep A (type gen Ab) tegen bloedgroep B. De kittens met
bloedgroep B uit het linker voorbeeld lopen geen gevaar.
De kittens met bloedgroep B uit het rechtervoorbeeld zullen
een grotere kans hebben om te overleven. De kittens met
bloedgroep A lopen geen gevaar.
FNI kan grotendeels voorkomen worden door de bloedgroep van de
poes te laten testen en ook die van de kater waardoor ze
gedekt zal worden. Om te achterhalen of een poes of kater met
bloedgroep A ook drager is van het b-gen, zal door testparing
naar voren kunnen komen.
Terug naar boven